WEEK 1  ·  BLOK 1  ·  VERKENNEN

Wat je lichaam al wist

De waan van de dag werkt door cognitie. Het lichaam werkt door waarheid.

Je bent gisteren bij de paarden geweest. Iets is zichtbaar geworden. Het was misschien klein. Het was misschien een gebaar, een blik, een stilte. Iets in jou herkende iets — voordat je het kon benoemen.

Deze week ga je niet terug naar wat er gebeurde. Je gaat ergens anders heen — naar de plek waar dat herkennen vandaan kwam. Je lichaam.

Je hoeft niets te doen wat je niet eerder hebt gedaan. Je gaat alleen kijken — eerst maar één keer per dag — wat je lichaam je vertelt voordat je hoofd het overneemt. Niet als oefening. Als gewoonte.

STILSTAAN  ·  DAGELIJKS ANKERPUNT  ·  5 MINUTEN

Elke dag, het liefst rond hetzelfde moment. Niet als verplichting — als afspraak met jezelf.

SCHRIJVEN  ·  WEEKREFLECTIE

Eén keer deze week. Niet zondagavond als afronding — kies een moment waarop je rust hebt. Schrijf met de hand als het kan.

›  Wat heeft de eerste dag bij de paarden je laten zien dat je eigenlijk al wist maar nog niet had uitgesproken?

›  Op welk moment deze week voelde je in je lichaam dat je kleiner werd dan je bent? Beschrijf het zo concreet mogelijk — niet de situatie, het lichaam. Waar voelde je het?

›  Wat doet je lichaam als je de hele dag 'aan' staat? En wat doet het als je echt rust hebt? Ken je het verschil?

Schrijf minstens tien minuten. Niet herlezen. Niet corrigeren. Gewoon schrijven.

NASLAG  ·  VOOR JOU OM MEE TE NEMEN

Drie staten — drie talen

Je lichaam heeft drie hoofd-staten waarin het kan zijn. Geen enkele is fout — maar slechts één voelt als 'thuis'.

Verbonden  ·  Je adem is rustig en diep. Je schouders zijn waar ze horen. Je kunt grappen maken én ernstig zijn. Je voelt je voeten. Dit is geen 'kalm' in de zin van slaperig — dit is wakker zonder spanning. Bij dieren, bij paarden: het kalme oog, het rustig staan met aandacht voor de omgeving.

Aan  ·  Je adem is hoog in de borst. Je schouders zijn omhoog. Je hoofd loopt vooruit. Je drinkt koffie omdat je 'het nodig hebt'. Je hebt energie — maar het is gehaaste energie. Dit is wat de meeste hardwerkende vrouwen 'gewoon' noemen. Het is niet gewoon. Het is mobilisatie. Je lichaam denkt dat er gevaar is.

Uit  ·  Je voelt niets. Je bent moe maar niet slaperig. Je doet wat je moet doen, maar het komt niet binnen. Aan het einde van de dag herinner je je nauwelijks wat er is gebeurd. Dit wordt vaak verward met 'rust' of 'eindelijk ontspannen' — maar het is afsluiten. Je lichaam beschermt zich door zich terug te trekken.

De meeste vrouwen leven jarenlang afwisselend in 'aan' en 'uit' en denken dat dat het is. Dit programma gaat niet over harder ontspannen. Het gaat over de derde staat leren herkennen — verbonden — en daar steeds vaker terugkomen.